Afdichten is een cruciale stap in duurzaam en energiezuinig bouwen. Toch gaat het in de praktijk nog vaak mis. Kleine fouten bij het luchtdicht en waterdicht afdichten kunnen grote gevolgen hebben voor energieprestatie, comfort en bouwkwaliteit. Op basis van praktijkervaring en geldende richtlijnen zetten we de vijf meest gemaakte fouten bij het afdichten van gebouwen op een rij.
1. Afdichten wordt te laat in het bouwproces meegenomen
Een van de grootste fouten is dat afdichten pas tijdens de uitvoering aandacht krijgt. Luchtdicht en waterdicht bouwen begint echter al in het ontwerp- en voortraject. Wanneer details niet vooraf zijn uitgewerkt, ontstaan er noodoplossingen op de bouwplaats, met een groter risico op luchtlekken en faalkosten.
In de praktijk blijken gebouwen vaak al “op papier” te lekken doordat niet alle openingen in de thermische schil zijn geïnventariseerd, zoals doorvoeren, meterkasten of kruipluiken.
Een goede detaillering vooraf voorkomt dit.
2. Verkeerd afdichtingsmateriaal voor het detail
Er bestaat geen universeel afdichtingsmateriaal dat in alle situaties werkt. Toch wordt vaak standaard gekozen voor één oplossing, zoals PUR of één type tape. Dat is een risico. Elk detail vraagt om een specifieke aanpak, afhankelijk van beweging, ondergrond, vochtbelasting en toegankelijkheid.
Zo is PUR bijvoorbeeld ongeschikt voor duurzame luchtdichting omdat het uithardt en kan scheuren bij bouwkundige bewegingen.
Voor complexe details zijn vloeibare systemen of prefab oplossingen vaak betrouwbaarder dan tape alleen.
3. Onvoldoende aandacht voor montage en verwerking
Zelfs het juiste materiaal faalt bij verkeerde verwerking. Veel afdichtingsproblemen ontstaan door montagefouten, zoals:
- tapes die niet goed zijn aangerold;
- afdichten bij ongeschikte weersomstandigheden;
- te lange wachttijd tussen primeren en tapen;
- ongelijkmatige laagdikte bij vloeibare afdichtingen.
Deze fouten zijn vaak niet direct zichtbaar, maar hebben wel grote impact op de luchtdichtheid en levensduur van de afdichting.
4. Kritische details worden vergeten
Een veelvoorkomende fout is dat “kleine” of minder zichtbare details worden overgeslagen. Denk aan:
- Kruipluiken;
- Meterkastdoorvoeren;
- Kanaalplaatvloeren;
- Dak- en geveldoorvoeren.
Juist deze details zijn vaak bepalend voor het behalen van een lage Qv10-waarde. Bij strengere eisen, zoals bij zeer energiezuinige gebouwen, zijn deze onderdelen zelfs doorslaggevend.
5. Geen controle of meting tijdens en na de bouw
Tot slot wordt afdichting vaak pas bij oplevering gecontroleerd, of soms helemaal niet. Zonder tussentijdse controle blijven fouten onopgemerkt tot het moment van de blowerdoortest — wanneer herstellen kostbaar en tijdrovend is.
Methodes zoals ultrasone scans tijdens de bouw helpen om luchtlekken vroegtijdig op te sporen. De blowerdoortest blijft essentieel om de luchtdichtheid officieel aan te tonen en te voldoen aan BENG-eisen.
Conclusie
De meeste fouten bij het afdichten van gebouwen zijn geen materiaalproblemen, maar proces- en detailfouten. Door afdichten vroeg in het bouwproces mee te nemen, de juiste materialen per detail te kiezen, zorgvuldig te monteren en tijdig te controleren, worden faalkosten beperkt en wordt blijvende bouwkwaliteit gerealiseerd.
Goede afdichting is daarmee geen sluitpost, maar een essentieel onderdeel van duurzaam en energiezuinig bouwen.
Op de hoogte blijven?